Briljante mensen zijn soms een beetje zonderlingen. Denk maar aan dammer Jannes van der Wal, schaker Bobby Fischer (allebei overigens overleden) en die wiskundeleraar die we allemaal wel eens hebben gehad. Richard Stallman hoort zeker in dat rijtje thuis.
Voor wie het niet een-twee-drie iets zegt: Stallman is de oprichter van het GNU-project (de bouw van een vrije Unix-like OS, in 1983), en vooral de man achter de Free Software Foundation. Zonder twijfel een geweldig programmeur en een van belangrijkste (en militante) ideoloog achter het concept van open source en vrije software.

Sterker, als het aan Stallman ligt wordt alle software vrij, en regelmatig fulmineert hij tegen de satan die zijn zetel heeft in Redmond. Dat standpunt herhaalde hij afgelopen weekeinde nog eens in een column voor de BBC, die hij schreef naar aanleiding van het afzwaaien van Bill Gates. Daarin komen alle bekende klachten nog een keer langs: Microsoft is een veroordeelde monopolist, Windows wordt opgedrongen aan de consument, het gebruik van DRM, incompatibiliteit met software van derden.
Maar de basis van dit alles ligt volgens Stallman in een groter kwaad: bedrijfseigen software, met licenties die de gebruiker en ontwikkelaar in een wurggreep neemt. “De licenties van Microsoft verdeelt en laat de gebruikers hulpeloos achter”, schrijft hij. “De verdeling ontstaat omdat het ze verboden is om kopieën te delen. En de gebruiker is hulpeloos omdat ze de broncode niet hebben, en programmeurs de software niet kunnen aanpassen”.
Microsoft is uiteraard niet de enige, en wie het ook doet, het is hartstikke fout. “De belangrijkste bijdrage van Microsoft is het promoten van een oneerlijk sociaal systeem”, schrijft hij verder, en duizenden andere bedrijven (hij noemt Adobe en Apple als voorbeelden) doen eraan mee.
De oplossing? Uiteraard, vrije software. En het kan, GNU/Linux is immers vrij, het wordt al gebruikt op ’scholen in India en Spanje’, en het vormt daarom nu al een prima, gebruiksvriendelijk alternatief op Windows, aldus Stallman. “Tientallen miljoenen gebruiken het, en u kunt ook overstappen”, schrijft Stallman.
En daar wringt de schoen wat mij betreft een beetje. Ik heb een hekel aan de gebruiksbeperkingen die we steeds meer zien, het idee achter open source vind ik geweldig, maar ik zou niet zomaar iedereen Linux boven Windows willen aanbevelen.
Nee, ik heb het niet over de gebruiker die bij zijn of haar mail wil, zo af en toe wil surfen, foto’s wil bekijken en Office gebruikt. Ik heb het al helemaal niet over systeembeheerders en programmeurs, de trouwe Techworld-bezoeker. Het probleem waar Linux nu nog mee kamp is volgens mij juist de meer geavanceerde hobbyist.
Neem Ubuntu, het schoolvoorbeeld van ‘gebruiksvriendelijke’ Linux. Mits goed ingesteld kan de ‘basic’ gebruiker (het gros van de hedendaagse computeraars) er inderdaad prima mee werken. Maar niet iedereen heeft juist voor dat instellen de kennis die u waarschijnlijk wel hebt. En problemen zijn uiteindelijk lastiger om te verhelpen dan met Windows. Ja, de commando’s in de terminal hoeven niet per se moeilijk te zijn, maar wie de syntax niet kent kan hier een erg frustrerende tijd mee hebben.
Ik reken mezelf tot de eerder genoemde geavanceerdere, maar niet programmerende, hobbyist. Van de broncode blijf ik af, maar ik ben niet bang om in de systeemsettings te rommelen. Ook met Ubuntu ben ik de laatste tijd flink zoet geweest, maar wat me opviel: als een probleem iets ingewikkelder wordt, wordt in handleidingen al snel gegrepen naar de eerder genoemde commando’s en methodes die voor specialisten inderdaad koek en ei lijken, maar voor ‘kleinere’ tweakers toch lastiger liggen. Gebrek aan gewenning en geduld? Misschien, maar juist dat is iets dat veel (niet-digibetische) gebruikers kenmerkt.
Ik heb bijvoorbeeld nog steeds last van erg langzame browsing (nee, dat ligt niet aan de verbinding en ook niet aan het aanstaan van IPv6), iets dat ook mijn programmerende vrienden overigens niet een-twee-drie kunnen oplossen. Dat is typisch iets dat op de een of andere manier met een simpele instelling op te lossen moet zijn, maar helaas: lang wroeten heeft niets opgeleverd. Misschien zijn we iets doms vergeten, maar het is wel frustrerend.
‘Gebruiksvriendelijkheid’, met andere woorden, is niet alleen een intuïtieve interface en simpel te installeren applicaties, maar ook het zelf kunnen instellen en tweaken zonder dat het naadje van de kous geweten moet worden. Die vertaalslag wordt nog gemist door de hardcoretechnici die Linux promoten, en ik denk dat het ideaalbeeld van Stallman daarom nog een slagje mist, en Windows zal in de ‘tussengroep’ daarom voorlopig een stuk populairder blijven dan Linux. Daarmee is een cirkeltje rond: mensen blijven gewend aan Windows, zullen op kantoor niets anders willen, systeembeheerders zullen daarom sneller een MS-certificaat op zak willen, en iedereen blijft bij Microsoft. Met inbegrip van de ‘wurglicenties’.
Reacties (11)